Wij beleven vandaag een bijzonder belangrijk moment. Onze teksten die onze opinie geven over wat de toekomstige Europese Dienst voor extern optreden moet zijn, luiden een nieuw tijdperk in voor de Europese Unie. Diegenen onder ons die de evolutie van de Unie sinds jaren volgen, die zich de eerste bescheiden stappen herinneren op het gebied van buitenlands beleid, laat staan veiligheids- en defensiebeleid, van het Verdrag, eerst van Maastricht, daarna van Amsterdam, hebben misschien zoals ik toen, gedacht dat wat wij vandaag beleven, nooit zou gebeuren, dat het nooit zou lukken om de premisse te leggen van een gemeenschappelijke Europese diplomatie.
Diegenen onder ons die aandachtig gevolgd hebben hoe de ideeën in dit verband geëvolueerd zijn, zullen zich ook nog herinneren dat niet langer dan enkele maanden geleden een aantal van onze nationale diplomatieke diensten hoegenaamd niet bereid waren om meteen een soort van big bang te aanvaarden, waarbij alle huidige delegaties meteen vanaf de eerste dag onder de autoriteit zouden worden gebracht van de toekomstige Hoge Vertegenwoordiger. Ik verheug mij daar ten zeerste over.
Vanuit mijn eigen politieke en regeringsverantwoordelijkheid in vorige politieke levens weet ik dat niets eenvoudig zal zijn. Wij beleven echter een belangrijk moment en ik hoop dat we met een zeer grote meerderheid dit verslag zullen goedkeuren.