Reactie: Ik hou niet van Houellebecq, mag het?

(Reactie op Michael De Cock in “De Standaard” van 29 april 2017).

Niemand hoeft het eens te zijn met Gwendolyn Rutten en men mag dat vanzelfsprekend ook uiten, maar dan liefst met consistente argumenten en coherente redeneringen. Ook kan het geen kwaad het boek gelezen te hebben dat men op de korrel neemt. En zo kom ik meteen zelf in de problemen, want ik hen geen letter gelezen van Houellebecq die ik een bijzonder onaantrekkelijk sujet vind, en dat mag u zowel letterlijk als figuurlijk nemen. Want ik weet natuurlijk wel wie hij is: romancier, dichter, acteur, polemist, en meester in het creëren van media-aandacht. Zo was hij een dik jaar geleden, als ik mij niet vergis, een tijdlang zo compleet verdwenen en onherkenbaar dat men zich begon af te vragen of hij misschien letterlijk zelfmoord had gepleegd. Dat bleek niet het geval te zijn, maar het was wel goed voor de verkoop van Soumission waarnaar Michael De Cock verwijst in zijn reactie op Rutten. Mij ontgaat echter het verband tussen het boek van Rutten en dat van Houellebecq, tenzij De Cock volk wil trekken naar zijn KVS waar de toneelversie van Soumission loopt. Overigens  een zeer geslaagde versie, als ik de recensies mag geloven.

Het thema van de sluipende onderwerping van een bevolking aan een totalitair gedachtegoed, liefst in metaforische zin, is een contante in de naoorlogse westerse literatuur: Arturo Ui van Bertold Brecht, Rhinocéros van Eugène Ionesco, De stad der blinden van Samarago, en het weinig bekende maar zeer onderhoudende en premonitoir L’Algarabie van Jorge Semprún.

Het zal de schrandere lezer niet ontgaan dat al deze auteurs het totalitarisme aan den lijve hebben ondervonden, behalve Houellebecq zelf. Zoals gezegd, heb ik niets van hem gelezen tenzij interviews (maar dat is zeker voldoende voor De Cock die zelf immers op interviews stoelt om zich een opinie te vormen). Houellebecq heeft duidelijk een probleem met vrouwen, te beginnen met zijn eigen moeder, en met zichzelf, met wie hij niet op goede voet schijnt te staan. Als ik echt kattig was, zou ik zeggen “je zou voor minder”, maar dat is een onheuse opmerking over iemand die er niet bepaald als Georges Clooney uitziet, en die gespeend is van de humor van Woody Allen.

Maar dus over Soumission: als we niet oppassen, worden we geruisloos geïslamiseerd, is de pitch van boek en toneelstuk, en dat zou Rutten ook zeggen. Alleen zegt ze dat niet. Wel heeft ze moeten vaststellen, zoals wij allen die onder de mensen komen, dat vele medeburgers dat vrezen. In tegenstelling tot wat Houellebecq poneert, vindt Rutten wel dat onze liberale democratie het verdient verdedigd te worden, omdat zij als geen ander politiek stelsel ter wereld of in de geschiedenis mensen de kans biedt hun leven uit te bouwen naar eigen inzicht en voorkeur. En ik herhaal, tot in den treure, dat ik met liberale democratie niet bedoel een democratie waar partijpolitieke liberalen de plak zwaaien, maar een stelsel gestoeld op respect voor mensenrechten, de rechtstaat en economische vrijheid.

Dat stelsel staat momenteel onder druk, wereldwijd, en heus niet alleen vanuit radicaalislamistische hoek. De democratie staat trouwens eveneens onder druk, ook wereldwijd, en het is niet omdat Houellebecq oordeelt dat de meeste mensen het niet waard zijn in een democratie te leven, die toch maar een lege doos is zoals De Cock schijnt te denken, dat we moeten toegeven aan het groeiend defaitisme. Daarover gaat het boek van Rutten, in bewoordingen die niet de mijne zijn maar de hare, doch waarvan je het vuur en de overtuiging niet kunt ontkennen.

Annemie Neyts-Uyttebroeck

Minister van Staat

30 april 2017

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *